home > Nieuws > Artikelen > Halloween en Allerheiligen
Halloween en Allerheiligen
In de nacht van 31 oktober op 1 november wordt Halloween gevierd. Tegenwoordig is dat voral een griezel(kinder)feest maar het heeft een lange, meer serieuze traditie.
De naam Halloween is afkomstig uit het engels: All Hallow's Eve(ning), oftewel Heilige Avond.
Alternatieve namen zijn All Saints, All Saints’ Day, All-Hallows of All hallowmas. In het Nederlands wordt ook wel Allerheiligen gebruikt.
Het bekendste symbool is de uitgeholde pompoen met een afschrikwekkend gezicht waarin een kaarsje wordt gebrand. Deze Jack O'Lanterns is over komen waaien uit Amerika. De pompoen is een inheems Amerikaanse plant en was onbekend in Europa tot de ontdekking van de Nieuwe Wereld. Het is mogelijk dat oude tradities om bepaalde knollen en rapen uit te hollen overgebracht zijn naar Amerika, maar deze werden nooit gebruikt als Satan's lichtbakens.
De meest waarschijnlijke oorsprong van de traditie ligt misschien in een oude, moralistische volkslegende uit Ierland. Het verhaal gaat dat Jack, een listige dronkaard, die de duivel met een truuk er toe beweegt om zijn ziel te weigeren. Na zijn dood, is Jack's ziel gedoemd om voor eeuwig te zwerven aangezien hij noch in de hemel, noch in de hel welkom is. De pompoen-lantaarn is een uitgeholde knolraap die hij draagt als lamp, met een brandende kool uit de hel erin.
Allerheiligen is een christelijk feest dat alle heiligen en martelaren, bekende en onbekende, herdenkt. Het werd geïntroduceerd door paus Bonifatius IV in de 7e eeuw; waarschijnlijk om de heidense festivals van de doden over te nemen. Oorspronkelijk werd het gevierd op 13 mei maar door paus Gregorius III verplaats naar november, en wordt nog steeds onderhouden door de Engelse en Lutherse kerken.
In de Grieks-Orthodoxe kerk wordt het gevierd op de eerste zondag na Pinksteren.
Traditioneel wordt er op 2 november Allerzielen gevierd. In de katholieke kerk een dag ter herinnering; er wordt dan een speciale tussenkomst gemaakt voor de zielen van overledenen in het geloof dat degenen die nog niet geheel gezuiverd zijn, geholpen kunnen worden door de gebeden van de levenden. De dag werd ingesteld door abt Odilo van Cluny in 998, nadat hij een verhaal had gehoord van een pelgrim die net terugkwam uit het Heilige Land. Deze vertelde de abt dat er een eiland was met een opening naar de onderwereld waar reizigers het gekreun en gekerm konden horen van de gefolterden. Aan het einde van de 13e eeuw werd deze dag praktisch overal in ere gehouden. Tijdens de Reformatie schafte de Anglicaanse kerk dit feest af, maar de rituelen en gebruiken worden nog steeds in ere gehouden door de Europese katholieken en protestanten.
Het was een bijna wereldwijd gebruik om een gedeelte van het jaar -meestal het laatste- apart te zetten ter nagedachtenis aan de doden. De Babyloniërs hadden een dergelijk feest elke maand waarbij offers werden gebracht door de priesters. Het Griekse herdenkingsfeest werd gehouden op de laatste dag van de Anthestheria, terwijl de Romeinen het vierden tijdens de Parentalia van 13 tot 21 februari, het einde van het Romeinse jaar. Het Boeddhistische Feest der Doden wordt gehouden op 15 april, de dag dat Boeddha stierf en zijn Boeddhaschap verkreeg. In China en Japan staat het feest ter herdenking aan de overledenen bekend als het Feest der Lantaarns.
In veel katholieke landen is het geloof dat op deze dag de doden terugkeren zo sterk dat er tafels voor worden gedekt -Tirol, Italië- en mensen hun graven versieren -Frankrijk, Italië, Duitsland.
Klik hier voor meer gebruiken rond dodenherdenkingen, of hier voor informatie over de Mexicaanse Dag der Doden.
terug