|
|
|
- Hieronder staat een vrije vertaling van de traditionele kaddish, dat in de Joodse traditie wordt opgezegd bij de begrafenis, dagelijks gedurende de daaropvolgende rouwperiode door de familie, en op elke sterfdag -Yahrzeit- van de overledene.
- Geloofd en geheiligd is Gods naam in de gehele wereld die Hij heeft geschapen naar Zijn wil. Moge Hij Zijn koninkrijk vestigen in uw leven en tijdens uw dagen, en in het leven van het Huis Israël, prompt en binnenkort; en zeg, Amen.
- Moge Zijn naam gezegend zijn voor altijd en tot in de eeuwigheid.
- Gezegend en geprezen, geloofd en verheven, verheerlijkt en geëerd, aanbeden en geprezen is de naam van de Heilige, gezegend zij Hij, boven alle zegeningen en hymnen, lof en troost ooit uitgesproken in de wereld; en zeg, Amen.
- Moge er een overvloed van vrede uit de hemel zijn, en leven, voor ons en voor heel Israël; en zeg, Amen.
- Hij die vrede schept in Zijn hemelse hoogten, moge Hij vrede schenken aan ons en voor heel Israël; en zeg, Amen.
-
- Betekenis van de kaddish
- Het is misschien opgevallen dat, ofschoon de kaddish wordt opgezegd tijdens begrafenissen en herdenkingsdiensten, er geen enkele keer gerefeerd wordt aan de dood of het overlijden van de dierbaren. Het hema van de kaddish is dan ook de grootheid van G=d*. Het gebed functioneert als een verzoek om vrede: vrede tussen naties, vrede tussen individuen, en vrede in de geest en hart.
- Dit is paradoxaal genoeg de enige troost bij het verlies van een dierbare. Dat wil zeggen, om het overgaan van het geliefde individu te zien vanuit het perspectief dat de ziel van de overledene teruggekeerd is naar Degene die deze in de eerste plaats had geschonken.
- Toen de twee zonen van Rabbi Meir waren overleden, trooste zijn vrouw Beruriah hem door te zeggen; "Een ziel is ergelijkbaar met een voorwerp dat ons gegeven is - aan elk individu, aan diens ouders en geliefden, om te beschermen en over te waken voor een bepaalde tijd. Als de tijd is gekomen om het voorwerp weer terug te geven aan diens rechtmatige eigenaar, moeten we dan niet bereid zijn dat te doen?"
|
|
|