home > Cultureel > Rouwverwerking in verschillende culturen
Rouwverwerking in verschillende culturen
door Josien van der Werff
(dit artikel (in 2 delen) is eerder verschenen in Nieuws Media, 12e editie, van 28 april 2005.)
terug

Het contrast kan erg groot zijn: lentezon, bevolkte terrassen maar aan de andere kant rouw om een geliefde die er niet meer is. Niemand kan het uitkiezen: de dood komt onverwacht en haalt een geliefde plotseling bij je weg. Ook jongeren hebben met de dood te maken. Zoals afgelopen week op de beide scholen, nu in rouw over het verlies van de kinderen, door hun vaders om het leven gebracht. Hoe mensen rouw beleven, hangt af van veel factoren. Cultuurverschillen maken daarbij veel uit.

"Hoe wij rouwen en hoe er een eind aan komt," zegt Judith Viorst, hangt af van de vraag hoe wij onze doden zien, hangt af van onze leeftijd en hun leeftijd, hangt ervan af in hoeverre wij erop voorbereid waren, hangt af van de manier waarop zij bezweken voor de sterfelijkheid. Het hangt ook af van onze innerlijke kracht en onze steun van buitenaf. En hoe wij rouwen hangt zeker af van ons verleden, ons verleden met de mensen die zijn gestorven, en onze eigen individuele geschiedenis van liefde en verlies." Dit zegt Viorst in haar standaardwerk 'Noodzakelijk verlies', dat al in 1988 verscheen en vele malen herdrukt werd. Het belang van een veilige omgeving in de jeugd in het algemeen, met daarbij de kans voor het kind om zich te hechten is van belang. Ook als het gaat om rouw en verlies. Het één hoort onlosmakelijk bij het ander. Viorst, psychoanalytica in de Verenigde Staten, ziet verlies als een noodzakelijke voorwaarde tot persoonlijke groei in een mensenleven. Het begint al jong met kleine dingen: als je als kind voor het eerst een dierbaar popje of autootje kwijt bent en dit nooit meer terug vindt. Als je van de kleuterklas naar groep 1 gaat. Dan al leer je omgaan met verlies. Later kun je fases rond verwerking van verlies of rouw doormaken, die kunnen leiden tot, uiteindelijk, acceptatie, hoe moeilijk en hoe groot het verlies ook is.

Wat is rouw?
Rouwen is het werk dat je te doen staat als je iemand verliest van wie je veel houdt. Verlies kan heftige gevoelens en emoties oproepen die je van jezelf niet kent en die je onzeker kunnen maken. Rouwen is een eenzaam proces, een zeer individuele beleving die je moeilijk met anderen kunt delen. Rouw kan aanvoelen als een onzichtbare wond. Rouwbegeleiding is de bevestiging die je zoekt op je eenzame weg. Het gaat erom het proces met anderen te kunnen delen. Met mensen die je steunen en naar je luisteren.

Autochtone Nederlanders
Het aandeel niet-kerkelijken in de groep van de autochtone Nederlanders groeit nog altijd. Hun opvattingen over de dood en bijbehorende rituelen zijn divers. Velen beschouwen de dood als het absolute einde, maar er zijn ook mensen die menen dat er na de dood toch nog iets moet zijn. Of ze lenen opvattingen uit christelijke tradities, of uit andere religies en culturen, inclusief de bijbehorende rituelen.
In de laatste tien tot twintig jaar is het denken en doen over uitvaarten in Nederland sterk veranderd. Was de oude situatie dat de uitvaartondernemer de uitvaart regelde en de familie hooguit enkele keuzes voorlegde, afhankelijk van de betaalde premie, tegenwoordig hebben de nabestaanden een veel grotere rol in de uitvaart. De standaarduitvaart met koffie en plak cake na, is grotendeels verdwenen. Familie en vrienden kiezen voor een persoonlijke uitvaart die het karakter en de status van de overledene voor een laatste maal tot uitdrukking brengt.
Steeds vaker komt het voor dat mensen tijdens hun leven zelf al voorbereidingen treffen voor hun uitvaart. De behoefte aan het 'voeren van regie' strekt zich uit tot over de grens van de dood. Tegelijk is dat ook een manier om tot acceptatie te komen van het naderende einde. De voorbereiding kan bestaan uit het uitspreken van wensen ten aanzien van de uit te nodigen gasten tijdens de uitvaart, de muziek, de gebeden, de sprekers enz..
Uitvaartverzorgers benadrukken dat zij inspelen op de gevarieerde wensen. Een kist is geen standaardproduct meer, maar wordt steeds vaker exclusief gemaakt op bestelling. Bloemwerk is tegenwoordig meer dan een rouwkrans. Er is ook een nieuwe generatie uitvaartverzorgers opgestaan die meer aandacht besteedt aan de geestelijke begeleiding van de nabestaanden.

Surinamers
Surinamers in Nederland vormen cultureel en etnisch gezien geen homogene groep, maar bestaan uit Hindostanen, creolen en Javanen. Daarnaast zijn er kleine groepen Chinezen en Indianen. Hierop wordt in onderstaande niet ingegaan.

Creolen
De creolen zijn in te delen in de stadscreolen en de boslandcreolen, de afstammelingen van destijds gevluchte slaven die in de bossen hun toevlucht zochten. Die laatste groep heet ook wel ‘marrons’, maar niet iedereen is gelukkig met die naam die letterlijk betekent: ‘loslopend vee’. De vroegere plantagehouders gebruikten deze naam voor gevluchte slaven. Marrons is echter ook een soort geuzennaam geworden.

Wintireligie
Hoewel zeker niet voor alle creolen, is voor veel creolen de wintireligie belangrijk Een religie die teruggaat tot oude Afrikaanse tradities en denkbeelden over leven en dood. In de tradities van de boslandcreolen is de wintireligie heel nadrukkelijk aanwezig. Bij de stadscreolen is dat minder. Creolen zijn meestal lid van een christelijke godsdienst die in de koloniale tijd werd overgedragen: vaak de Nederlands-hervormde kerk, de evangelische broeder gemeente of de rooms-katholieke kerk. In Suriname zijn in deze christelijke godsdienst traditionele elementen van de wintireligie opgenomen, zoals in de rituelen bij het afleggen van de doden, waarvoor de aflegvereniging zorgt. Christelijke creolen benoemen die rituelen vaak niet als winti, maar beschouwen de rituelen als onderdeel van de eigen religie. Tijdens het afleggen, bij de dodenwake en de viering van dede oso en aity dey in de rouwperiode, zingt men christelijke liederen alsook traditionele Surinaamse liederen, al kent men vaak de oude betekenis daarvan niet meer.
In de wintireligie is er een complex idee over het leven na de dood. Eigenlijk is er niet één wintireligie, maar zijn er verschillende stromingen, elk met eigen rituelen waarin magie een centrale plaats inneemt. Alle voorgeschreven handelingen en rituelen zijn erop gericht om de zielenrust van de overledene te garanderen. Daarom is het ook erg belangrijk voor de nabestaanden dat de juiste rituelen worden uitgevoerd op de juiste manier.
Degenen die ook het christendom aanhangen, geloven dat de ziel van de overledene terugkeert naar God, maar kort na de dood rondwaart in de buurt van de overledene en de nabestaanden. Rituelen moeten er voor zorgen dat de ‘zwerfziel’ tevreden en in rust de aarde kan verlaten. Andere creolen geloven dat de ziel terugkeert in een ander persoon (reïncarnatie).
In trance raken is een ander aspect in de winti-traditie. Iemand spreekt bijvoorbeeld ineens met de stem van een overledene, hetgeen voor de omgeving angstaanjagend kan zijn, maar ook juist troostend. In trance raken komt voor tijdens de zogenaamde ‘compassie-bijeenkomsten’ tijdens de rouwperiode, dede oso of de aity dey (hierover meer onder 'rouw'). De nabestaanden herdenken met elkaar de overledene en treffen regelingen.
Binnen de winti-traditie is het ook mogelijk om op afstand afscheid te nemen van een overledene. Dat is voor wie niet in staat is om naar de begrafenis te komen heel belangrijk.
Aanhangers van de wintireligie vinden het ook belangrijk dat bij overlijden er helemaal niets vooraf is geregeld. Pas na de dood mag er een kist worden gemaakt. Dat doen verscheidene kistenmakers, de kisiman. Een comité van grafpriesters, oloman, neemt de leiding in de plechtigheden. In het comité zitten grafdelvers, lijkbewassers, lijkvervoerders en kistdragers. Het huis van de voorouders, het zogenaamde weenhuis of kee osu, fungeert als mortuarium. Hier wordt de dode opgebaard en tot de begrafenis worden er dag- en avondwaken gehouden met zang en dans op het ritme van drums, de apinti. Hier nemen familie en bekenden afscheid, wordt de kist gesloten en mag nooit meer worden geopend. De begrafenis is buiten het dorp in het bos. Op een begraafplaats mag nooit iemand komen, tenzij met een begrafenis of een officiële ceremonie.
De rouwperiode voor de partner duurt een half jaar. Wie in de rouw is dient zo min mogelijk aandacht aan het uiterlijk te besteden. Een weduwe knipt haar haar kort. Een weduwnaar draagt een zwarte baret en een zwart touw om de hals.
Een knelpunt is dat de rituelen veel tijd vergen. In rouwcentra is dat veelal niet mogelijk en dat maakt de kosten hoog. Afscheid thuis levert vaak overlast op voor de buren doordat de vaak luidruchtige rouwceremonies doorgaan tot diep in de nacht.

Aflegverenigingen
In de rituelen rond de dood bij creolen spelen de aflegorganisaties een belangrijke rol. Zij dragen zorg voor het wassen van een overledene volgens strikte en geheime rituelen. Hun koepelorganisatie is de Landelijke Federatie van Surinaamse Aflegverenigingen. (LFSA). Elke aflegorganisatie werkt aan de hand van het eigen beleid. De LFSA bemiddelt tussen aflegorganisaties, uitvaartondernemingen en verzekeraars om betere faciliteiten, zoals bewassingsruimten, te bewerkstelligen.
Leden van een aflegvereniging werken vrijwillig. Als loon krijgen ze een symbolisch stukje brood. Er is sprake van concurrentie tussen de aflegverenigingen onderling: elke vereniging wil graag de eer krijgen om een overledene te bewassen.
Surinaamse jongeren in Nederland krijgen steeds meer interesse in de oude tradities. Hier kunnen zij toetreden tot aflegverenigingen. In Suriname zou dat niet gebeuren. Daar is het ondenkbaar dat een vrouw die nog menstrueert deelneemt aan een bewassing. In Nederland gebeurt dit wel, hoewel zij niet alle handelingen mag uitvoeren.

Boslandcreolen (Marrons)
Het aantal boslandcreolen in Nederland bedraagt ongeveer 20.000. Boslandcreolen zijn een ‘vergeten’ groep uit de Surinaamse gemeenschap. Het grootste deel van deze groep kwam als laatste van de immigranten uit Suriname naar Nederland. Ze vluchtten in 1986 na het begin van de burgeroorlog tussen Brunswijk en Bouterse. In het Surinaamse binnenland hebben de boslandcreolen een eigen regeringssysteem. Er zijn vier stammen, ieder met hun eigen traditionele leiders.
Een groot deel van de boslandcreolen is christelijk. De meeste van hen zijn aangesloten bij de protestantse kerk, een klein deel bij de rooms-katholieke kerk.
Daarnaast speelt voor velen de wintireligie een belangrijke rol. In de wintireligie van de boslandcreolen staat God aan de top van de piramide. Aan de basis ervan leven de mensen op aarde. Hun ziel, akaa, vertegenwoordigt God. Na overlijden gaat de ziel terug naar God en blijft het lichaam op aarde.
Communicatie tussen God en mens verloopt via opperwezens, onzichtbare goden die lucht, aarde, water en het bos vertegenwoordigen. De boodschappen van God komen tot de mensen via wintimannen, priesters met bovennatuurlijke krachten. Deze wintimannen vervullen bij de dood een cruciale rol. Er zijn drie rangorden. De wintipriester constateert de dood, waarna een andere groep het lijk wast en een derde groep het graf delft.


(wordt vervolgd)